Een deuk in een pakje boter? – Over de wetenschappelijke impact van planning en landschapsarchitectuur

deuk

door Martijn Duineveld en Raoul Beunen voor www.toposonline.nl

Landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning zijn voorbeelden van toegepaste wetenschappen. Dat wil zeggen dat ze niet alleen kennis produceren die bijdraagt aan de vragen die spelen binnen de wetenschap, maar dat ze ook kennis produceren waarvan wordt verondersteld dat daarmee maatschappelijke problemen kunnen worden opgelost. Hoewel de crisis wat roet in het eten heeft gegooid, is de impact van deze disciplines op de maatschappij, inclusief de ruimtelijke ordening natuurlijk, erg groot geweest. Zeker in een land als Nederland is het moeilijk, zo niet onmogelijk, te ontsnappen aan vormen, patronen, wegen, huizen, steden en gewoontes die niet deels het resultaat zijn van kennis geproduceerd binnen deze disciplines. Vlieg over Nederland en zie de impact. Landschapsarchitectuur en planning doen daarmee al jaren waar Louise Fresco, onlangs voor pleitte: het gat tussen wetenschap en maatschappij dichten. We kunnen fier zijn op onszelf.

De maatschappelijke impact van landschapsarchitectuur en planning, als toegepaste wetenschappen, is onmiskenbaar een feit, maar wat valt er te zeggen over de wetenschappelijke impact van de disciplines? Elke dag worstelen studenten en onderzoekers met deze vraag. De vraag is nog relevanter geworden nu de druk binnen universiteiten om wetenschappelijk te publiceren alsmaar groter wordt. Een terechte druk overigens, want middels wetenschappelijke publicaties kan een universiteit ervoor zorgen dat kennis verspreidt wordt en via wetenschappelijke publicaties onderscheidt een universiteit zich van het HBO of van advies- en ingenieurs bureaus. Om deze vraag te beantwoorden verkennen we of en hoe toegepast onderzoek wetenschap kan worden.

De maatschappelijke impact van toegepast onderzoek staat niet zo vaak ter discussie. Het is immers onderzoek dat tot doel heeft bij te dragen aan de wensen, verlangens, belangen van de opdrachtgever, of dit nu maatschappelijke organisaties zijn, ministeries of bedrijven. Wel horen we regelmatig dat toegepast onderzoek geen wetenschap zou zijn of daaraan geen bijdrage zou kunnen leveren. Het zou nauwelijks publicaties in wetenschappelijke tijdschriften opleveren en het zou nauwelijks een verschil maken in wetenschappelijke disciplines.

In dit essay laten we zien dat de verschillende rollen die wetenschappers en hun onderzoek spelen, niet automatisch leiden tot wetenschap en dat de relatie tussen onderzoek en wetenschap ook niet eenduidig is. Wie toegepast onderzoek wil verwetenschappelijken zal zich bewust moeten worden van de verschillende typen onderzoek, de uiteenlopende rollen van onderzoekers en moeten kiezen voor die rol en dat type onderzoek die de meeste kans op wetenschappelijke output geven. Een andere manier om toegepast onderzoek te verwetenschappelijken is door het proces van het toegepaste onderzoek object van wetenschappelijk onderzoek te maken. Voordat we deze conclusies verder kunnen uitwerken moeten we eerst een kleine omweg maken en helder krijgen wat wetenschap nu eigenlijk is.

Wat is wetenschap?
Wetenschap is de productie van nieuwe claims op waarheid en onwaarheid, op feiten en fictie, binnen een wetenschappelijke discipline. Om dit proces te stroomlijnen en om andere onderzoekers de kans te geven onderzoek te bekritiseren of aan te vullen moeten de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek duurzaam publiek gemaakt worden. Daarvoor dienen artikelen in wetenschappelijke tijdschriften, boeken en eventueel ook andere media zoals congrespublicaties en video’s. Het is wellicht een open deur maar de reproductie van wetenschappelijke waarheden is alleen mogelijk als er gepubliceerd wordt, in welke vorm dan ook. Kennis opgeslagen in de hoofden van mensen of welke enkel in gesprekken of colleges expliciet wordt gemaakt, kan nog zo waar zijn, zolang het niet gepubliceerd is, is er van een directe bijdrage aan de wetenschap geen sprake.

Aanspraken op de waarheid binnen een wetenschappelijke discipline zijn niet universeel. Binnen een discipline kan een waarheid met het verstrijken van de tijd een onwaarheid worden. Aanspraken op de waarheid kunnen verschillen tussen disciplines, en de aanspraken op de waarheid binnen discipline X maken geen verschil in discipline Y. In de termen van de socioloog Luhmann is de wetenschap daarom een zelfreferentieel systeem, bestaand uit zelfreferentiële subsystemen. Om een waarheid te kunnen produceren binnen een wetenschappelijke discipline dient men recht te doen aan de regels, methoden en verwachtingen van de discipline zelf. Of de buurvrouw of buurman,  de politiek, of het rechtssysteem het wel of niet eens is met een bepaalde aanspraak op waarheid binnen een wetenschappelijke discipline, zou voor de productie van wetenschap geen verschil uit moeten maken. De aanspraken op waarheid van de buurvrouw, het recht of de politiek maken wel een verschil binnen de context van een gesprekje met de buurvrouw, het rechtssysteem of de politiek, maar of ze binnen een wetenschappelijke discipline zullen resoneren, hangt helemaal af van de discipline zelf.

Als we over bovenstaande definitie van wetenschap consensus hebben, dan kunnen we wetenschappers definiëren als personen die waarheden produceren binnen een wetenschappelijke discipline. Dan kunnen we nu ook door naar de volgende vraag: wat is de rol van wetenschap en wetenschappers in toegepast onderzoek?

De rollen van onderzoek en van onderzoekers in toegepast onderzoek 

Wat zijn de rollen van onderzoek in toegepast onderzoek? Dat is een eenvoudige vraag, maar het antwoord is niet zo eenduidig. Soms wordt onderzoek ingezet om nieuwe feiten te generen die voor de financiers van het onderzoek relevant zijn. ‘Hoe ontwerpen we een klimaatdijk?’, ‘Hoe kan het landschap in Nederland beter beschermd worden?’ of ‘Op welke manier trekken we de ruimtelijke ordening uit de economische crisis?’. Echter, dat een bepaalde vraag en het antwoord daarop voor de opdrachtgevers van het onderzoek relevant zijn, wil niet zeggen dat de vraag binnen een wetenschappelijke discipline ook als relevant wordt gezien. Het wil ook niet zeggen dat de uitkomsten van het onderzoek leiden tot resultaten die een verschil maken binnen de wetenschap.

Soms wordt onderzoek ‘gebruikt’ om legitimiteit te verlenen aan een project, een besluit of een organisatie. ‘Wageningen Universiteit heeft aangetoond dat het beter zou zijn om…’. Onderzoek wordt dan als een retorisch argument gebruikt om het belang van een bepaald perspectief te benadrukken. Het is daarmee een “wapen” in het politieke spel. ‘De feiten tonen aan dat het ministerie ‘het juiste beleid voert’ of ‘ernaast zit’.’ De wetenschap depolitiseert daarmee beslissingen door deze voor te stellen als ‘wetenschappelijk‘. Een gerelateerde rol van onderzoek is het verlenen van status aan een project. ‘Met medewerking van de universiteit.’ Deze rol kan soms belangrijker zijn dan de met een onderzoek geproduceerde feiten. Dit kan zorgen voor openingen in formele circuits, media aandacht generen of een positief imago creëren.

De volgende en gerelateerde vraag is: wat zijn de rollen van planners en ontwerpers als ‘onderzoekers’ in toegepaste onderzoeksprojecten? Ook dat zijn er veel. Soms spelen onderzoekers de rol van onderzoeker. Ze produceren kennis die als nuttig wordt geïnterpreteerd door de betrokkenen in het project. Ze spelen daarmee nog niet de rol van wetenschapper. Dat doen ze pas op het moment dat hun bijdrage een verschil maakt in de wetenschap, als deze leidt tot wetenschappelijke output. Iemand kan werkzaam zijn als wetenschapper, maar dat wil nog niet zeggen dat zijn of haar rol als onderzoeker of expert in een project daar altijd mee samen valt. Een wetenschapper die in een project als procesmanager opereert, is binnen het project een procesmanager, geen wetenschapper. Het is dan ook een misverstand te denken dat uitspraken van wetenschappers automatisch wetenschappelijk zijn. Laura is wetenschapper. Maar als Laura zegt: ‘Wat heb je een leuke bril’, dan is dat geen wetenschappelijke uitspraak.

Kortom, omdat de rollen van onderzoek en van onderzoekers in toegepast onderzoek niet eenduidig zijn, zijn een aantal spanningen of dilemma’s te veronderstellen in het toegepaste onderzoek.

Spanningen in het toegepaste onderzoek
Omdat de wereld van de wetenschap en de wereld van een toegepast onderzoeksproject twee verschillende werelden zijn, waarbinnen verschillende verwachtingen bestaan over de rol van onderzoekers, wetenschappers, van onderzoeksresultaten en van wetenschappelijke kennis, zijn er tal van spanningen (of zoals Seidl het noemt: ‘Productive misunderstandings’) in het toegepaste onderzoek.

Soms staat het wetenschappelijke doel het projectdoel in de weg. In een voorstel kan er bijvoorbeeld lippendienst worden bewezen aan een opdrachtgever. Maar als het geld eenmaal binnen is, worden de vragen zo geformuleerd dat het onderzoek vooral een wetenschappelijk belang dient. Soms is het net andersom: de belangen van de opdrachtgever maken verdere verwetenschappelijking onmogelijk. Het kan ook voorkomen dat de resultaten van een onderzoek totaal verkeerd begrepen worden en dat ze zich keren tegen de doelen van de opdrachtgever. Of dat wetenschappers feiten creëren die weliswaar een verschil maken in de wetenschap, maar als irrelevant worden bevonden door de opdrachtgevers en andersom. Soms wordt er verwacht dat onderzoekers kunnen vertellen hoe het verder moet, dat hun onderzoek leidt tot aanbevelingen voor het handelen van mensen. Terwijl sommige onderzoekers vinden dat ze enkel kunnen vertellen hoe het zit, niet hoe het moet. Het kan ook zijn dat de betrokken onderzoekers heel succesvol zijn als procesmanagers of als kennisverzamelaars en uitdagers. Maar van hun wetenschappelijke collega’s krijgen ze de kritiek dat ze wetenschap te grabbel gooien en de status van de echte wetenschappers ondermijnen.

Tal van conflicten, dilemma’s en spanningen vloeien voort uit de discrepantie die bestaat tussen onderzoek voor de wetenschap en studies die andere doelen dienen dan de productie van waarheden binnen een wetenschappelijke discipline. Met de explicitering van die conflicten, dilemma’s en spanningen zijn ze nog niet opgelost. Vandaar dat we nog een laatste paragraaf toevoegen aan dit essay: hoe nu verder?

Hoe nu verder?
Hoe kan toegepast onderzoek van planners en landschapsarchitecten vaker resulteren in wetenschappelijk output, in kennis die binnen de wetenschap een verschil maakt? Op die vraag zijn nu vele antwoorden te geven. Sommige zijn wat abstracter en anderen wat concreter. Misschien wel de belangrijkste aanbeveling is dat men zich bewust wordt van de rollen die onderzoek en onderzoekers (kunnen) spelen in een project. De volgende aanbevelingen kunnen hier aan worden toegevoegd:

  1. Wees je bewust en communiceer goed dat een relevante kennisvraag van ‘de opdrachtgever‘,  een vraag uit de maatschappij of de ambtenarij niet per definitie een relevante kennis vraag binnen de wetenschap hoeft te zijn.
  2. Doe bewust aan audiencing. Het medium, de vorm en inhoud van de presentatie van resultaten is voor elk doel anders. Voor de wetenschap gaat het vooral om wetenschappelijke artikelen. Publiceer je resultaten dus ook in de vorm van een wetenschappelijk artikel.
  3. Stel van te voren vast welke wetenschappelijke doelen het project moet dienen. Stijg uit boven het project. Laat je niet meevoeren in het succes of falen ervan, maar wees je bewust dat je als wetenschapper nog een ander doel dient: de productie van nieuwe kennis voor de generaties die komen gaan.
  4. Wees reflexief. Maak planning- en ontwerp projecten object van wetenschappelijk onderzoek. Plaats ze in hun bestuurlijke, maatschappelijke en politieke context. Maak het theoretisch en conceptueel raamwerk van waaruit je onderzoek doet expliciet, wees je bewust van de verschillende rollen die je speelt en de uiteenlopende wijze waarop de resultaten van je werk kunnen worden gebruikt: zie ook de vele boeken over onderzoeksmethodiek en methoden

Toegepaste plannings- en ontwerp onderzoeksprojecten sluiten de wetenschap niet uit maar ze resulteren daar niet automatisch in. Door in een vroeg stadium van het project bewust na te denken over de mogelijkheden die het project biedt, kan het zo worden opgezet en uitgevoerd dat de kans groter wordt dat het ook daadwerkelijk nieuwe wetenschappelijke inzichten oplevert. Publicaties over de resultaten in wetenschappelijke tijdschriften dragen vervolgens bij aan de wetenschappelijke impact van landschapsarchitectuur en planning.

Advertisements