Gebakken lucht. Een pleidooi tegen onze poldergoeroes en voor het ruimtelijk ontwerp

[Gepubliceerd op en met dank aan: geografie.nl]

Nederlanders lijken sinds de crisis verzot op mensen die een visie hebben, die heldere en eenduidige antwoorden formuleren op de grote problemen waarmee we kampen en die richting geven aan ons bestaan. Omdat politici het een beetje laten afweten, wemelt het al een jaar of wat van de poldergoeroes, veelal mannen, vaak wetenschappers of techneuten, met een heldere visie over de toekomst van ons land. Een paar citaten om u een idee te geven:

‘De oude wereld is kapot, we moeten een nieuwe maken.’ (bron)

‘Nederland kantelt. Dat is geen overtuiging, dat is een feit.’ (bron)

‘De generatie die nu aan de macht is, is toch nog heel erg bezig een oud systeem 5 procent minder erg te maken en dan het lef hebben dat innovatie te noemen. Terwijl wij als generatie zeggen: dat systeem werkt gewoon niet meer, qua economie, qua energie, dus kappen daar nou mee en verzin wat nieuws.’ (bron)

‘De enige wijze om deze verstarring te doorbreken, is radicale systeemvernieuwing. Nieuwe spelregels, nieuwe spelers en dus een nieuw spel.’ (bron)

Wellicht is het jaloezie, omdat ik elke vijf minuten mijn visie en idealen zie veranderen, maar ik erger me behoorlijk aan deze instant woordenprut van de goeroegoegemeente. Ze is onzinnig is om vele redenen. Ik beperk me tot vijf punten:

  1. Vaak is het spreken van de Poldergoeroes gebaseerd op pseudowetenschappelijke aannamen waarin wens en werkelijkheid door elkaar heen lopen. Op verjaardagen en in de politiek arena is dat geen probleem en eerder regel dan uitzondering. Maar dat wetenschappers en andere zelfbenoemde experts, zulk spreken toelaten is problematischer, het schept namelijk verwachtingen van wetenschap en techniek die zij niet kan waarmaken en het ondermijnt de democratie.
  2. De poldergoeroes hebben daarbij een nogal eenduidig beeld van de toekomst. Veel ruimte voor alternatieven lijkt er niet te bestaan. Ze zijn enorm positief over de door hen geschetste toekomst maar het zijn enorme doemdenkers als het gaat om het heden. Ze creëren een volslagen onrealistische en onnodig negatief beeld van de huidige situatie, om daarmee hun oplossingen, voor de door hen gewenste toekomst te legitimeren.
  3. De poldergoeroes gaan uit van een samenleving die revolutionair aan het veranderen is. Dat is pertinente onzin. Samenlevingen veranderen constant maar zelden revolutionair. En als er al een revolutie plaats vindt dan doet de oude orde zich op vele wijze en via vele sluipwegen gelden (zie de geschiedenis van veel postcommunistische staten).
  4. De poldergoeroes gaan uit van een maakbare samenleving. Eentje die zich laat kantelen. Ze gaan uit van een samenleving zonder geschiedenis is, die geen padafhankelijkheden kent. Ze gaan daarbij uit van allerlei maffe vooronderstellingen over de werking van de overheid, de markt en de relaties daartussen. Zoals de fictie dat burgers de rollen van lokale overheden kunnen gaan overnemen en dat dat duurzaam en democratisch is.
  5. Nog naïever: Ze gaan uit van de moraliteit van de economie. Het idee dat bedrijven voor ons gaan zorgen, dat ze taken kunnen van de overheid overnemen. Maar u weet wel beter: de kans is klein dat bedrijven duurzaam goede doelen zullen gaan dienen. Daartoe zijn zij niet op aarde en anders herinneren de aandeelhouders de bedrijven daar wel aan (Google: ‘aandeelhouders en ‘duurzaamheid’).

Het nut van productieve ficties

Nu we weten dat veel poldergoeroes onzin uitkramen, hebben we ons probleem nog niet opgelost. Nog steeds hebben we meer dan ooit behoefte aan visies, aan vooruitzichten, aan samenhangende ideeën over de toekomst. Het louter bekritiseren van de poldergoeroes brengt ons niet vooruit. Want zonder vergezichten, zonder visies, rest er slechts stilstand. Een beeld van de toekomst is nodig om ‘s morgens je bed uit te komen. Ons handelen drijft op ideeën van de toekomst. Fantasieën, ficties, visies geven ons doelen, ze geven zin, en zetten ons in beweging en scheppen daarmee mede het heden en toekomst.

De vraag die rest is: wie of wat laten we die toekomst bepalen? Geven we de macht aan naïeve techneuten, opportunistische transitiedenkers en innovatie fetisjisten? Of is het de hoogste tijd dat de integrale denkers en vormgevers zoals planners, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten zich de veelvoud aan toekomsten toe-eigenen?

Ik zou daar een groot voorstander van zijn. Indien de plannen en ontwerpen niet geserveerd worden als blauwdrukken, kunnen ze kritiek, strijd en onenigheid uit lokken, toe laten en integreren. Ze zijn open, en helpen ons erkennen dat elk beeld van de toekomst een politiek keuze is, binnen de randvoorwaarden van alles wat reeds gegeven is. Ze kunnen samenbrengen dat wat onverenigbaar lijkt. Mocht u dit wat vaag en abstract vinden klinken, de samenvatting luidt:

Fuck de poldergoeroes, lang leve het ontwerp

Advertisements